Bijbelverhalen

NT. 54 – Het meisje met de taliet 1

Bat, een leuk meisje met donkere krullen zit op de stoep van de synagoge te Kapernaüm. Ze probeert te fluiten op een stuk riet, dat ze afgesneden had bij het meer.

Soms lukt het en soms niet. Phtt! Phuut!

In de verte komen twee vreemdelingen aan. Het meisje springt meteen overeind. De fluit valt op de grond, maar dat vindt ze niet erg.

“Welkom, welkom!’ roept ze en maakt een beleefde buiging voor de mannen. ‘Mag ik u soms de synagoge van mijn vader laten zien? Het is gratis en mijn moeder heeft heerlijke kersenwijn klaarstaan voor u. Ik geef u een rondleiding en pappa zal u ook de ark tonen waar de torarollen in liggen. Ikke…’

De mannen, wel wat overdonderd door het drukke praten van Bat, kijken elkaar eens vragend aan. Zouden ze het doen? Ze hebben al een lange tocht gemaakt en willen eigenlijk graag even van een gastvrij onthaal genieten.

‘Ben jij soms de dochter van….’ vraagt één van de twee.

‘… van Jaïrus, meneer, de overste van de synagoge. Dat klopt. Kom ik breng u even in de hof, daar kunt u lekker in de schaduw op een bank zitten, terwijl ik mijn ouders waarschuw.’ Ze loodst de vreemdelingen door één van de vier deuren van de synagoge naar de tuin. Onder de zuilengalerij is het heerlijk koel. Een fris opspattende fontein nodigt uit tot handen wassen en drinken.

 

Ja, Bat, die enig kind is, weet alles van de synagoge af. Ze is bijna twaalf en vanaf dat ze maar net lopen kon volgt ze haar vader als hij naar de synagoge gaat.

Als hij gaat vegen neemt ze ook een bezem. Als hij de banken tegen de zijkant afneemt met een vochtige doek, doet ze hem na met een andere doek. Als pappa zijn gebeden opzegt, met zijn gebedsriemen om en de taliet over zijn hoofd, zit ze op de galerij naar hem te kijken en neuriet de zangerige melodie van de teksten mee. Als pappa zit te schrijven probeert ze ook letters te krassen op een stuk potscherf. Pappa is haar grote held.

 

Er zijn mooie dingen in de synagoge om aan de gasten te tonen.. Natuurlijk de Torarollen, maar die mag ze niet aanraken. Die zitten in een kast, de ark genaamd. Het zijn met de hand geschreven perkamentrollen waarop Gods woord geschreven staat. Erg kostbaar, versierd met een kroon en gewikkeld in een met goud geborduurde doek. De rollen worden gekoesterd als een baby. Op sabbat worden ze tevoorschijn gehaald.

Het zilveren jatje op de lessenaar, de bema, is ook zo mooi. Daarmee wijst men de letters aan.  Het is een handje op een stokje. Daar mag Bat wel aankomen. Elke week poetst ze hem net zo lang tot hij glimt in de zon. Dan zijn er de twee kandelaars, de vrouwengalerij en de woorden op de muur: ‘Hoor Israël, de Heer uw God is één.’ Prachtig!

Maar het mooiste van alles vindt Bat… de gebedsdoek van pappa, de taliet. Alle mannen hebben er één, die ze in de synagoge dragen op de sabbat. Zo’n taliet is net een kleine tent, een tabernakel. Daar kun je onder schuilen bij God. Pappa heeft zelfs twee taliets. Eén oude, rafelig en smoezelig geworden door jarenlang gebruik en een mooie nieuwe. Allebei hebben ze lange kwastjes,  tzitzit,  aan de vier hoeken, drie witte en één met een blauwe draad erdoorheen geweven. Bat weet heus wel waar die voor zijn, al is ze een meisje. Die tzitzit zijn voorgeschreven door Mozes om het volk aan de Tien Geboden te herinneren. Samengebonden vormen de draden het getal van de naam van God. En die  blauwe draad wijst op het Paaslam. Ja, Bat vindt een taliet het aller- allermooiste. Als ze bijna met de rondleiding klaar is komt pappa er aan. Hij neemt de gasten verder van Bat over.

 

Bat gaat maar weer op het trapje van de synagoge zitten en denkt na over alles wat de gasten gezien hebben. Jammer dat pappa zo gauw kwam, want ze had de gasten nog meer willen vertellen over pappa’s oude taliet. Ze zoekt haar fluit en probeert maar weer te fluiten. Ft! Fuut!…

 

Als de zon hoog aan de hemel staat gaat ze naar binnen. Buiten is het stil geworden. Iedereen doet een middagdutje. Bat pakt de oude taliet van de balustrade, vouwt hem open en slaat hem om zich heen. Zo gaat ze op haar geheime plaatsje zitten in een donker hoekje onder de balustrade. Eigenlijk zijn taliets alleen voor mannen. Als een vrouw een taliet omslaat vindt men dat arrogant. Maar Bat wil zo graag bij God schuilen, dat ze stiekem doet wat niet gebruikelijk is. Wat voelt ze zich zo veilig, dicht bij God. Zachtjes zodat niemand het hoort zingt ze de woorden die ze van pappa heeft geleerd.

‘Wie in de beschutting van de Allerhoogste woont en overnacht in de schaduw van de Ontzagwekkende, … hij zal je beschermen met zijn vleugels, … De verschrikking van de nacht hoef je niet te vrezen.‘

Stil als een duif daalt de vrede van God in haar hart.

Download PDF