
-
NT. 20 – TIEN LEPRALIJDERS
Ergens in het Samaritaanse land staat een oude ruïne. Vroeger was dit een mooi huis van rijke mensen, maar nu is het een woonplaats voor slangen en spinnen. ‘Iejèhh’ kraakt de scheef hangende deur. Toch wonen hier nog tien mannen. Ze zijn geen familie van elkaar. Nee, hun gezinnen wonen in de dorpjes in de…
-
NT. 16 BARTIMEUS HOUDT ZIJN MOND NIET
Als je in Jericho langs het winkeltje van de pottenbakker Timeüs loopt, hoor je hem altijd zingen. Timeüs is een vrolijke gelovige man met een mooie stem. En als je goed luistert hoor je zijn blinde zoon meezingen. Hoor maar! ‘Rommenoe, rommenoe, Adonai, Israël…’ Timeüs’ voet trapt de draaischijf aan en behendig vormen zijn eeltige…
-
NT. 15 KOM MEE, SAFAN
Er staat een armoedig huisje niet ver van het meer van Genesaret. Een smal weggetje kronkelt er naar toe, helemaal begroeid met onkruid. Je kunt zo wel zien, dat er bijna niemand overheen loopt. Wie zou er ook in zo’n oud huisje willen wonen. Het heeft een kapot luik, scheef in de scharnieren, dat akelig…