Ik droomde eens van een wandeling met Jezus
langs het strand.
’t Was eb, het zand was nat, we liepen hand in
hand.
We waren blij en spraken over alle dingen.
We lieten sporen achter in het zand, waar we
maar gingen.
Een spoor van stappen, twee aan twee.
Dat we alles samen deden, daar was ik happy
mee.
We klommen op een heuveltop en keken hijgend
naar beneden.
Daar liep het spoor ik volgde het met mijn ogen.
Het was mijn levensweg van baby tot heden.
Ik zag mezelf weer zitten in de klas
en voelde weer hoe gefrustreerd ik was.
De leuke dagen vóór mijn ouders gingen
scheiden.
Maar ook de blijdschap toen ik paard mocht
rijden.
De kampweken met de christelijke club en het
feesten met de fans van de voetbalclub.
Mijn eerste liefde en de tranen toen het uitging.
Mijn huwelijksdag en het krijgen van de
trouwring.
Ik zag mijn leven zoals het was geweest:
droefheid en blijdschap, rouw en feest.
De voetstap van de Heer was altijd naast de
mijne.
Behalve… wacht eens… daarginds een enkel
spoor.
Was de Heer toen weg?
Waar kwam dat door?
Hoe kan dat nou! Juist toen ik depressief was, in
mijn diepst verdriet,
waarom was Jezus er toen niet?
Ik keek hem aan. De vraag stond in mijn ogen:
Heer, waar was u toen ik zo werd bedrogen?
Heel even was het stil. Hij was het niet vergeten,
maar wel verbaasd, dat ik het wilde weten.
Plots voelde ik zijn hartenklop en hoorde het
antwoord op mijn vragen.
‘Mijn lieve kind, weet je het niet meer?
Toen heb Ik jou gedragen?”
(Variatie van Josine de Jong op “Voetstappen in
het zand. Auteur onbekend”)