Bijbelverhalen

Oude Testament

oude6

  • OT. 64- KONING JOSAFAT EN DE PLUNDERAARS

    ‘Die koning Josafat van Juda is echt een zachtgekookt eitje!’ zegt Met, de generaal van de koning van Moab, terwijl hij zich ongegeneerd uitrekt in zijn volle lengte, om de loomheid na het middagslaapje uit zijn duffe lijf te verdrijven. Pats! Met een klap laat hij zijn grove vuist neerdalen op het tafeltje waaraan hij…

  • OT. 65 – NOOIT LAAT IK JE IN DE STEEK, ESTER

    Een moeder vertelt: ´Toen onze pleegdochter in ons huis kwam was ze een baby van acht maanden. Haar vader en moeder hadden haar in de steek gelaten. Ik weet nog hoe ik haar in haar bedje legde, haar over haar bolletje aaide en zei: Ik zal goed voor je zorgen, kindje. Tot ons grote verdriet…

  • OT. 66 – VAN EEN ARM WEESKIND DAT KONINGIN WERD

    Er lopen wel duizenden voeten door de stad Suzan. Goed geschoeide voeten en voeten met lappen omwikkeld. Blote voeten van bedelaars en kindervoeten. Tussen al die onbekende mensen loopt een armoedig en verdrietig meisje op veel te grote sandalen. Al haar bezittingen draagt ze in een klein bundeltje met zich mee. Slifslof…. slif! ‘Weet u…

  • OT. 67 – ESTER EN MORDEKAI REDDEN HUN VOLK

    ‘De Ministerrr- President!!!’ De Paleiswacht van de burcht Susan springt stijf in de houding. En alle mensen voor het paleis knielen. Want er komt een zeer belangrijk persoon naar buiten. Haman, de vriend van de koning. Kijk, daar gaat hij naar zijn koets, z’n jas wapperend achter zich aan. O, als deze machtige man tegen…

  • OT. 68 – JESAJA’S MOEITE IS NIET VOOR NIETS

    ‘Pèh, poeh-oe-oe-oeh! Pè- poe-oe-oe!’ Hoor je de ramshoorn blazen? Het is tijd voor de wekelijkse samenkomst in de synagoge. Kijk maar. Van alle kanten komen de inwoners van Jeruzalem aangelopen. Mooiste kleren aan. ‘Dag zuster, dag broeder! Een gezegende dienst!’ wenst men elkaar toe. Waardig treden de mannen naar binnen om op hun vaste plaatsen…

  • OT. 69 – JESAJA’S VISIOEN

    ‘Van onderen!’ Plof! Met een reuzendreun valt een grote eik tegen de grond, precies op de plaats waar men had gehoopt dat hij zou vallen. Een gejuich gaat op onder de omstanders. ‘Goed gedaan, Amos!’ roept de magere leerlooier die was komen kijken. ‘Nou heb ik tenminste weer wat licht in mijn werkplaats.’ Amos heeft…

  • OT. 70 – IMMANUEL ZAL KOMEN

      Brwam, brrwam, brwammerdewam, brwammerdewammerdewammm!! Boem, boem, boemberdeboem! Twee grote legers marcheren op naar Jeruzalem. Het zijn de legers van Resin, de koning van Aram en Pekach, de koning van Israël. Zie je hoe grimmig de gezichten van de soldaten staan? Zie je hun gemene wapens? Help! roepen de inwoners van Jeruzalem. Ze sluiten gauw…