‘Zeg, buurvrouw! Heb je het al gehoord?…’ In het Samaritaanse dorp Sichem staan twee vrouwen te roddelen over de heg. ‘Vannacht heeft die Marja van hiernaast…’ Hun stemmen worden zachter. Anderen komen erbij staan, zodat al spoedig het hele dorp…
NT. 19 – EEN KRUIMELTJE VREDE VOOR EEN SCHATRIJK, DRIFTIG MEISJE
‘Wafwaf! Grr!’ Hoor je die honden te keer gaan ginds op de vuilnisbelt achter het grote huis? Eén van de knechten komt het afval uit de keuken storten. Wat een gevecht en gebijt!… Maar niet alleen buiten het grote…
NT. 20 – TIEN LEPRALIJDERS
Ergens in het Samaritaanse land staat een oude ruïne. Vroeger was dit een mooi huis van rijke mensen, maar nu is het een woonplaats voor slangen en spinnen. ‘Iejèhh’ kraakt de scheef hangende deur. Toch wonen hier nog tien mannen.…
NT. 21 JEZUS IS DE GOEDE HERDER
‘Van je één, twee, drie, hup!’ O, kijk nou eens! Zie je dat? Er wordt een man zomaar uit de synagoge gegooid. Met een smak komt hij tegen een afbrokkelend muurtje terecht. Au, au! Wat doet dat pijn. Vanachter de…
NT. 22 – NIET VERDIEND, TOCH GEKREGEN
‘Wat zal ik vandaag nou eens voor je voorlezen, Erik?’ vraagt vader voor het slapen gaan. Erik weet het best. ‘Van die grote maaltijd, pap!’ Ja, dat verhaal uit de Bijbel is Eriks lievelingsverhaal. Vooral die plaat erbij vindt hij…
NT. 24 – De Farizeeërs mogen ook feestvieren
‘Meneer Jozef, de leden van de Hoge Raad zijn gearriveerd.’ zegt een dienaar van Jozef van Arimatea, een belangrijke minister, tegen zijn chef. De minister knikt, sluit de boekrol waarin hij zo aandachtig heeft zitten lezen en overhandigt die aan…
NT. 25 – DIEP GEZONKEN EN THUIS GEKOMEN
In de tijd dat Jezus rondwandelde op aarde, waren er vrome mensen, Farizeeërs genoemd. Zij kenden de Bijbelse geschriften op hun duimpje en keken neer op het gewone volk. Maar Jezus leerde hun een goed lesje. ‘We zijn allemaal afgedwaald…
NT. 27 – DE HOOGSTE EER VOOR NICODEMUS
‘Vader, goed nieuws! Ik ben benoemd!’ Door een mooie, gebeeldhouwde deur van een sjiek huis in Jeruzalem stapt een knappe, niet al te jongeman binnen. Vol trots houdt hij een stuk perkament omhoog. Zijn benoeming tot de Hoge Raad. Het…
NT. 06 – JEZUS KRIJGT TWAALF LEERLINGEN (Marcus 1)
‘Ik wil bij Jezus horen.’ Johannes, een slanke jongeman met donkere ogen, keert zich naar zijn vriend Andreas. Hij geeft hem een por tegen zijn schouders en begint te hollen. ‘Kom op, Andreas. Wat sta je daar nou nog?’ Ja,…
NT. 36 – EVANGELIESCHOENEN
‘Het is toch al te gek!’ zegt de kleine Schriftgeleerde driftig. Hij staat op één been naast de werkbank van de schoenmaker. ‘Wat bedoelt u, Heer?’ vraagt deze, terwijl hij een nieuwe gesp pakt voor de kapotte sandaal van Paulus.…