Er staat een armoedig huisje niet ver van het meer van Genesaret. Een smal weggetje kronkelt er naar toe, helemaal begroeid met onkruid. Je kunt zo wel zien, dat er bijna niemand overheen loopt. Wie zou er ook in zo’n…
NT. 16 BARTIMEUS HOUDT ZIJN MOND NIET
Als je in Jericho langs het winkeltje van de pottenbakker Timeüs loopt, hoor je hem altijd zingen. Timeüs is een vrolijke gelovige man met een mooie stem. En als je goed luistert hoor je zijn blinde zoon meezingen. Hoor maar!…
NT. 17 ER WORDT WEER GELACHEN IN JERICHO
‘Hahaha! Hoehoe! Hahahaaa!’ In het grote koopmanshuis bij de poort van Jericho wordt vreselijk gelachen. Ver in de omtrek is het te horen. Het dringt door in de huizen van de inwoners van de stad. Ook de straatarme bedelaars in…
NT. 18 EEN FONTEIN VOL BLIJDSCHAP
‘Zeg, buurvrouw! Heb je het al gehoord?…’ In het Samaritaanse dorp Sichem staan twee vrouwen te roddelen over de heg. ‘Vannacht heeft die Marja van hiernaast…’ Hun stemmen worden zachter. Anderen komen erbij staan, zodat al spoedig het hele dorp…
NT. 19 – EEN KRUIMELTJE VREDE VOOR EEN SCHATRIJK, DRIFTIG MEISJE
‘Wafwaf! Grr!’ Hoor je die honden te keer gaan ginds op de vuilnisbelt achter het grote huis? Eén van de knechten komt het afval uit de keuken storten. Wat een gevecht en gebijt!… Maar niet alleen buiten het grote…
NT. 20 – TIEN LEPRALIJDERS
Ergens in het Samaritaanse land staat een oude ruïne. Vroeger was dit een mooi huis van rijke mensen, maar nu is het een woonplaats voor slangen en spinnen. ‘Iejèhh’ kraakt de scheef hangende deur. Toch wonen hier nog tien mannen.…
NT. 21 JEZUS IS DE GOEDE HERDER
‘Van je één, twee, drie, hup!’ O, kijk nou eens! Zie je dat? Er wordt een man zomaar uit de synagoge gegooid. Met een smak komt hij tegen een afbrokkelend muurtje terecht. Au, au! Wat doet dat pijn. Vanachter de…
NT. 22 – NIET VERDIEND, TOCH GEKREGEN
‘Wat zal ik vandaag nou eens voor je voorlezen, Erik?’ vraagt vader voor het slapen gaan. Erik weet het best. ‘Van die grote maaltijd, pap!’ Ja, dat verhaal uit de Bijbel is Eriks lievelingsverhaal. Vooral die plaat erbij vindt hij…
NT. 24 – De Farizeeërs mogen ook feestvieren
‘Meneer Jozef, de leden van de Hoge Raad zijn gearriveerd.’ zegt een dienaar van Jozef van Arimatea, een belangrijke minister, tegen zijn chef. De minister knikt, sluit de boekrol waarin hij zo aandachtig heeft zitten lezen en overhandigt die aan…
NT. 25 – DIEP GEZONKEN EN THUIS GEKOMEN
In de tijd dat Jezus rondwandelde op aarde, waren er vrome mensen, Farizeeërs genoemd. Zij kenden de Bijbelse geschriften op hun duimpje en keken neer op het gewone volk. Maar Jezus leerde hun een goed lesje. ‘We zijn allemaal afgedwaald…